Henson, een stoere alleskunner met Noors en Frans bloed

Koudbloed X warmbloed, een mission impossible?

Kruisen van een koudbloedige Noorse fjord met een Franse warmbloed? Een avontuur, dat vijftig jaar geleden in de Franse paardenwereld werd beschouwd als een mission impossible. Want het idee om zo een energiek en betrouwbaar droompaard te fokken kon net zo goed ontaarden in een eigenwijze, drammerige nachtmerrie.

Maar het lukte en nu is het henson-paard een begrip. Het paard, met een stokmaat van rond de 1,50 meter, dat een deel van de uiterlijke kenmerken van de fjord meekreeg (de strepen op de benen, de bouw, de unieke kleuren, van isabel tot ‘wild bruin’) is het symbool van de streek waar hij geboren werd: de kust van Picardië in Noord-Frankrijk, rond de baai waar de Somme uitmondt in het Kanaal.

Rustig en sterk

Daar introduceerde boer Bernard Bizet In de jaren zeventig zijn voorgangers: kruisingen van Noorse fjorden met merries uit de omgeving, Franse rijpaarden, die het warme bloed van anglo-arabieren, volbloeden en dravers door hun aderen hadden stromen. Bizet wilde nakomelingen fokken waarin de goede eigenschappen van beide bloedlijnen samenkwamen: rustige, sterke pony’s en paarden.

Bizets idee viel samen met dat van streekgenoten Lionel en Marc Berquin, die eind jaren 70 het plan opvatten om het ideale paard voor buitenritten te gaan fokken. Het paard moest een groot uithoudingsvermogen hebben, levendig, nieuwsgierig maar zeker ook berekenbaar zijn. Een veelzijdige maat, waarmee je een fijne band kunt opbouwen. En niet veeleisend in verzorging: het paard moest taai genoeg zijn om jaarrond buiten te leven aan de Noord-Franse kust.

Een beetje raar

Ondanks de sceptici, die het idee gedurfd en zelfs een beetje raar vonden, was er enthousiasme genoeg. De broers Berquin konden op de steun rekenen van hun schoolvriend en dierenarts Michel Trencart en van hun vrienden bij de Assocation des Cavaliers de la Baie de Somme, de Vereniging van Ruiters van de Sommebaai.

Het zou meer dan twintig jaar duren eer het nieuwe Franse paardenras erkend zou worden. In 1982 kwamen de eerste ‘kruisingen van kruisingen’ ter wereld die de basis vormen van het nieuwe ras. Hun namen begonnen met een Q, Quelea en Queenee ‘van henson’. Het Franse nationale paardenstamboek, Haras Nationaux, moedigde de initiatiefnemers aan. Begin jaren 90 vestigde de ruitervereniging van de Sommebaai zich in Saint-Jean-les-Rue, bij het uitgestrekte natuurgebied en vogelreservaat Marquenterre. In dit bos- en duingebied, kustmoerassen en vogelreservaat is nu nog de stoeterij te vinden.

Natuurlijke aanpak

In 1995 was het ras groot en breed genoeg om niet meer met kruisingen van kruisingen te hoeven fokken. En in 2003 was de henson een feit: Haras Nationaux erkende het ras als 44ste en jongste Franse paardenras. Net als de bedenkers van het ras voor ogen stond, staat bij de fokkerij de natuurlijke aanpak voorop. De meer dan 160 paarden lopen het hele jaar rond in het natuurgebied of in de weiden van de stoeterij. Het dekken, het veulenen en het verzorgen gebeurt in alle vrijheid, maar wordt met het oog op het welzijn van de kudde wel constant nauwlettend gevolgd.

Zeven hengsten brengen jaarlijks 35 à 40 energieke, nieuwsgierige en lieve henson-veulens voort. Die groeien uit tot de veelzijdige, sterke en betrouwbare paarden waarover boer Bizet en de broers Berquin vijftig jaar geleden droomden. En die je nu alles brengen wat je wilt: buitenrijden, springen, polo, aangespannen rijden…

Ervaar het hensonpaard zelf 

Kennismaken met het hensonpaard? Dat kan in een groot paardensportcentrum in de streek dat dag- en meerdaagse tochten organiseert. 

Trailfinders heeft deze vierdaagse trektochten in het aanbod: