Een paardrijvakantie in de Vercors. Waar zeg je? Ik moet toegeven dat ik er nog nooit van had gehoord, van die regio in Frankrijk, een beetje aan de zuidoostelijke kant, richting de grens met Zwitserland. De Alpen dus – die doen uiteraard wel een belletje rinkelen. Een regio waar in de winter geskied wordt en je in de zomer heerlijk kan paardrijden, als je ten minste houdt van prachtige vergezichten, uitdagend terrein en een beetje back-to-basic.
De groep waarin in ik meerijd bestaat uit 12 ruiters en een gids, Virginie. Als ‘extraatje’ rijdt ook gids-in-opleiding Mathilde met ons mee. Arriveren doen we op zondag, gemakkelijk met de transfer vanuit het TGV-station van Valence. Maandag krijgen we instructies over hoe we ons paard tijdens de rest van de week zullen moeten verzorgen en dan gaan we op weg. Ik mag op Gloria rijden. Een klein meer stevig gevlekt paardje dat ruiters van elk niveau veilig naar boven – en weer naar beneden natuurlijk – kan brengen. De eerste dag is een kennismakingsdag: met de paarden en met het terrein. We experimenteren met alle gangen en ’s avonds is iedereen het er over eens dat deze paarden duidelijk hun job kennen.
De volgende twee paardrijdagen lijken op papier misschien heel gelijklopend, maar de uitzichten zijn enorm divers. Deze dagen is er geen ruimte voor draf en galop. De stenige ondergrond en de vele beklimmingen en afdalingen maken dat er enkel gestapt wordt. Op de meest steile stukken doen we dat naast ons paard. ’t Is puffen en zweten maar we worden beloond met desolate landschappen, ruwe rotsen waarboven gieren cirkelen en vergezichten op immense toppen. Veruit mijn twee favoriete dagen van deze reis!
Hoewel de rest ook helemaal niet verkeerd is! De dag nadien is er wel ruimte voor tempo, en veel! We rijden over plateaus waar een strakke wind waait en de paarden en volle vaart over de brede, zachte paden kunnen galopperen. Ook op de bospaden kunnen we flink snelheid maken. Hoewel we te paard natuurlijk niet enorm veel kilometers afleggen, verandert het landschap meerdere keren per dag.
In no time is het zaterdag, de laatste dag. We vertrekken ’s ochtends vroeg want moeten nog een drietal uur rijden – waarvan best wat in galop – tot aan het ruitercentrum waar vijf dagen eerder vertrokken waren. Daar nemen we afscheid van onze paarden, lunchen voor het laatst met de groep en stappen opnieuw op de bus naar het treinstation van Valence.